Ik herinner me nog het eerste
horrorverhaal dat ik schreef. Ik moet 11 of 12 zijn geweest en ik was
geïnspireerd geraakt door de
diverse films die ik
stiekem samen met mijn oudere zussen keek. Films zoals The
Exorcist, The
Evil Dead of
Poltergeist.
Terugkijkend, met de normen en waarden van nu, is het de vraag wat
mijn zussen en in mindere
mate mijn
moeder bezielden om me dit soort films te laten zien. Maar dit waren
andere tijden. De jaren tachtig werden
gekenmerkt door minder beknellende opvoedingstechnieken voor tieners
dan nu.
(Misschien nog als gevolg van de ‘wilde’ jaren zeventig.) Ik denk
dat ik voor mijn generatie spreek als ik stel dat onze opvoedingen in
het algemeen minder terughoudend en beschermend was.
Hoe
het ook zij, ik werd door
middel van films en stripboeken op een jonge leeftijd al
geconfronteerd met het genre ‘horror’. Ik was twaalf toen ik
Dodenwake
(Pet
Sematary) van
Stephen King las. Deze
huzarensalade van indrukken liet bij mij iets achter. Een drang om al
die invloeden samen te verenigen en iets te creëren wat echt ‘van
mij’ was. Deze drang is nooit echt weggegaan. Sterker
nog, ik denk dat alle schrijvers deze drijfveer gemeenschappelijk
hebben. We willen iets nieuws maken. De grenzen verleggen. En iets
maken wat daarvoor nog niet bestond.
En bij het genre ‘horror’ draait de kern om angst. Natuurlijk
wist ik dat
op mijn
elfde of twaalfde nog niet. Ik zoog de geraamten en skeletten van de
verhalen die ik zag en las als een spons op, zonder ze
te analyseren, en
goot ze in wat ik toen dacht dat
een nieuw harnas was. Ik
herinner me zelfs de titel van het
negen pagina’s
tellende verhaal – ‘Het
lijk’ – en het concept
waarop het verhaal was gebouwd. Het ging om vijf jongeren die zich
voor een weddenschap in een mortuarium lieten opsluiten, samen
met een lijk. Een lichaam, zo zouden de tieners ontdekken, dat
misschien niet helemaal dood was.
Dat
dit niet goed afliep,
spreekt voor zich.Het
verhaal was uiteraard vrij gekunsteld, met ingrepen die ik nu nooit
meer zou gebruiken,
maar ik herinner me het enthousiasme toen ik het verhaal schreef of
de blikken van de handvol mensen die ik het verhaal liet lezen. Ik
zag dat ze oprecht onder de indruk waren omdat niemand – of het nu
mijn zusters, mijn beste vriend, mijn moeder of de docent Nederlands
was – zo’n verhaal van een elf-
of twaalfjarige
had verwacht. Toen
speelde ik onbewust met de kenmerken van angsten. Iets wat ik later
meer gericht en bewust zou doen.

Van alle genres in de verbeeldingsliteratuur spelen angsten voornamelijk in horror een centrale rol. Het is wat het genre zo specifiek maakt. Waar fantasy meer over het goed en kwaad gaat in de brede zin, sciencefiction over de wisselwerking tussen (harde) wetenschap, filosofie, verbeelding en menselijkheid, gaat het bij horror om angst. Er zijn uiteraard overlappingen en schemergebieden, maar als je alle verhalen van hun kleur, franje en opmaak ontdoet, zou je deze classificaties kunnen gebruiken. Het is misschien om deze reden, omdat het zo diep menselijk is, dat horror van alle genres in de verbeeldingsliteratuur het meest tegen het literaire aanschurkt.
Horror vergt een vorm van introspectie, die de kaders in ieder verhaal vormen, of dit nu direct, indirect of symbolisch is. Het is de bloed in de machine.
Dit kunnen existentiële angsten zijn, zoals de angst voor onze sterfelijkheid, in mijn optiek fantastisch beschreven in het boek Dodenwake van Stephen King. Het kan de angst voor het onbekende zijn, veelal uitgebeeld in het werk van H. P. Lovecraft met de diverse monsters. Of onze angst in het proces van het sterven zelf. Denk hierbij aan het idee van ‘schijndood’ en ‘levend begraven worden’, dat terugkomt in meerdere werken van Poe.
We kennen allemaal deze angsten en in goede horror worden we juist met deze angsten, expliciet of impliciet, geconfronteerd. Een goed horrorverhaal moet je het gevoel geven dat je door een giftige slang bent gebeten en half verlamd tijdens het lezen achterblijft.
Maar we kennen naast het existentiële ook andere vormen van angsten. Angsten die voortkomen uit sociale en culturele omstandigheden en daardoor meer aan tijd en plaats gebonden zijn. Denk aan de clown die ons verlies van onschuld vertegenwoordigd in het boek Het (It). De angst om in een groot collectief te worden opgenomen en je controle over je leven te verliezen, zoals uitgebeeld in veel zombieverhalen. (Een thema die ik overigens ook in mijn boek Toevluchtsoord heb aangekaart). De angst voor seksualiteit zoals verbeeld in Bram Stokers Dracula. (In mijn boek Vergruisde stemmen dat over de kwetsbaarheid van intimiteit gaat kom ik veelvuldig op deze victoriaanse angst terug.) Of het gewicht van collectieve verantwoordelijkheid, zoals deze door Thomas Olde Heuvelt in Hex is beschreven.
Al deze verhalen vallen terug op het meest kwetsbare, het diepste innerlijk van de mens, het deel dat we zelden aan anderen of de wereld laten zien. In die zin is ieder horrorverhaal een intieme vertelling waarin de schrijver door middel van metaforen, beelden, personages en symbolen, een verbinding met de meeste basale angsten van de lezer probeert te leggen en deze bespeelt.
Bij ieder boek en ieder verhaal moet de lezer de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan en een deur in zichzelf durven open te zetten, waar aan de andere kant een schrijver met scherpe pen en rode ogen wacht.
Denk hieraan bij het volgende boek dat je leest of de volgende film die je kijkt. Vraag je af welke angsten naar voren worden gebracht en waarom die angsten specifiek voor jou een rol lijken te spelen.
Ik denk achteraf dat het voor mij allemaal met die vijf tieners begon die zich lieten opsluiten in het mortuarium. Maar toen ik het genre beter ging begrijpen is mijn focus veranderd; ik richt me niet langer op de personages maar voornamelijk op de lezers. Hen wil ik nu in een kale en witte ruimte achterlaten, de sleutel weggooien en lachen, keihard lachen, omdat ik als enige weet dat achter hen een enkel lijk nog leeft.
Ze zien hem niet, maar kunnen hem horen. Terwijl hij langzaam met reikende handen dichterbij komt. En op het moment dat ze de nagels in hun nek voelen, verfrommel ik het papier, sluit alle ingangen en gooi het verhaal weg.
Daar, en alleen daar, wil ik jou, mijn beste lezer, achterlaten.
Alleen
met je eigen angsten en een koude hand om je nek …

Anthonie
Holslag
Horror schijver
Deel dit artikel