Terugkijken of vooruitzien? Over oude en nieuwe SF

De kasten in tweedehands boekwinkels staan er nog steeds vol mee: de SF-pockets die vorige eeuw verschenen bij onder andere Bruna, Prisma en Meulenhoff. Elke zichzelf respecterende uitgeverij in Nederland had een eigen SF-reeks. Dat waren nog eens tijden! Deze boeken blijken nog steeds veel te worden gelezen. Als op Facebook een nieuwe SF-lezer zich voorstelt, blijkt dat die vooral de werken leest van Jack Vance of Arthur C. Clarke of Philip K. Dick.

Klassieke SF

Natuurlijk is er niets mis met het lezen en herlezen van de klassiekers. Om de ontwikkelingen in het genre te appreciëren moet je ook weten waar het vandaan komt. We staan op de schouders van reuzen. Maar de toekomsten die deze verhalen beschreven, behoren niet langer tot het terrein van de rationele speculatie. Ze zijn niet eens meer theoretisch mogelijk, maar zijn fantasie geworden. De wetenschap heeft nieuwe inzichten verkregen in onder andere de ontwikkeling van sterren, deeltjesfysica en evolutie. Techniek heeft sprongen gemaakt waar de SF-schrijvers van vroeger niet over konden dromen. Zelfs in het heden doen astronauten geen berekeningen op een rekenliniaal, zoals toekomstige ruimtevaarders dat in verhalen van Asimov nog doen. Toen ik in 1993 de film ‘Jurassic Park’ keek gaf die een idee van hoe dinosaurussen er konden hebben uitgezien volgens de wetenschap van die tijd - maar nu is het een nostalgische film over hoe we eind 20ste eeuw naar deze prehistorische dieren keken - Velociraptors zonder veren zijn tegenwoordig eigenlijk lachwekkend. Een van de kenmerken van SF-verhalen is dat ze draaien om een ‘novum’ - iets nieuws. Maar het ‘novum’ in deze boeken is in de meeste gevallen verouderd. Zou je niet juist SF-verhalen willen lezen gebaseerd op de huidige stand van zaken? Die de meest recente ontwikkelingen van biotechnologie, algoritmes en drones naar de toekomst doortrekken? Die sterren en planeten beschrijven in overeenkomst met de nieuwste wetenschappelijke inzichten? En die iets te zeggen hebben over de wereld van vandaag de dag?

Hedendaagse SF

Deskundigen op het gebied van de SF zeggen dat het in dit genre eigenlijk niet gaat over de toekomst, maar vooral over het heden - de wereld waarin de schrijvers van de verhalen leven. Ze waarschuwen voor maatschappelijke en politieke ontwikkelingen die ze zien plaatsvinden in hun heden, of juichen die juist toe. Sommige daarvan zijn universeel toepasselijk - ‘1984’ blijft nog altijd relevant. Andere ontwikkelingen zijn erg tijdgebonden. De koude oorlog vanaf de jaren ‘50, drugs en ‘free love’ uit de jaren ’60, de opkomst van Japan in de wereldeconomie in de jaren ’80. De verhalen die daarover gaan, wekken bij de lezer vooral een nostalgisch gevoel op, want ze gaan over de wereld waarin zij of hun ouders opgroeiden. SF die eerst vooruitstrevend was, is opeens reactionair geworden - want we kunnen niet terug naar de toekomstbeelden van vroeger. Over de wereld waar wij nu in leven en de uitdaging waar wij voor gestald staan, hebben deze verhalen verder meestal niets te zeggen. Doorgetrokken kapitalisme, de opkomst van ‘fake news’ en bubbels op social media, klimaatverandering en de biodiversiteitscrisis, hoe mensen hun gender en seksualiteit ervaren en waarom dat op tegenstand stuit - het is maar een greep van onderwerpen waarmee we als mensheid op dit moment worden geconfronteerd. Dit zijn de thema’s waar SF-schrijvers van nu verhalen over produceren. Soms zijn die romans ongemakkelijk, omdat je je eigen aannames en vooroordelen onder ogen moet zien. Soms zijn ze confronterend, omdat je in de toekomsten die ze beschrijven niet zou willen leven. Soms zijn ze hoopgevend, omdat ze laten zien dat zelfs vanuit de omstandigheden van nu mooie nieuwe initiatieven kunnen opbloeien (ik wilde hier eigenlijk het woord ‘shitzooi’ gebruiken …). Ze bieden geen escapisme, maar dat deden de verhalen van Clarke, Dick, Silverberg enzovoorts in hun tijd ook niet. Ze nodigen je aan je kop uit het zand te halen, zoals die verhalen dat destijds ook deden. Zou je niet boeken willen lezen die je aan het denken zetten, in plaats van je in slaap te sussen?

Ook wat de schrijfstijl betreft, heeft het SF-genre een ontwikkeling doorgemaakt. In de boeken en verhalen uit de ‘gouden eeuw’ van de SF is het taalgebruik eenvoudig, zijn de personages archetypes zonder individueel innerlijk leven en is de opbouw van het plot nogal ‘rechttoe rechtaan’. Hun kracht ligt in hun idee, niet in de manier waarop ze dat presenteren. De ‘new wave’ bracht het literaire experiment binnen in de SF: een ander taalgebruik, andere vormen en een nadruk op de psychologie van de hoofdpersonen. Tegenwoordig is het SF-genre volwassen geworden. Vlakke personages vind je niet langer, taal is niet langer alleen functioneel, maar wordt weloverwogen toegepast en de auteurs spelen met vorm en perspectief waar dat het verhaal ten goede komt. Diverser is het genre nooit geweest. Waarom als lezer blijven hangen bij vormen en perspectieven die je al kent? Zou je niet ook door de manier van vertellen verrast willen worden? Beschrijvingen tegenkomen die je raken door hun treffendheid, personages tegenkomen die je leert kennen als waren het je vrienden en vormen van verhalen die je anders laten kijken naar de gebeurtenissen? De huidige SF biedt al die mogelijkheden.

Dus gun jezelf op vaderdag een moderne SF-roman - of geef er een cadeau aan je vader. Kies voor een boek van John Scalzi, Ann Leckie, Adrian Tchaikovsky, Stephen Baxter, Sue Burke of Ken Liu. Of ga voor een Nederlandstalige auteur. Uitgeverij Quasis heeft in haar assortiment verrassende SF-boeken, geschreven in een vorm van deze tijd, gebaseerd op moderne wetenschap, die iets zeggen over onze huidige wereld en de maatschappij waarin we leven. Daartoe horen onder andere de reeks ‘De zwijgende aarde’ - boeken in ouderwets pocketformaat, maar qua inhoud modern, over een toekomst waarin binnen het zonnestelsel verschillende partijen tegenover elkaar zijn komen te staan. Het nieuwste deel, ‘Groenbaard’ van Joost Uitdehaag, gebruikt de nieuwste inzichten uit de speltheorie en de genetica om de achtergrond van dit soort geschillen te ontrafelen. Jasper Polane brengt met zijn ‘Zwartruimte’ en ‘Tussenruimte’ een complex SF-universum waarin tijdreizen gemeengoed zijn en alles geprogrammeerd kan worden, tot de menselijke persoonlijkheid toe. Meer literair zijn de maatschappijkritische verhalen van Marcel Ozymantra in ‘Schrödingers planeet’ - over het Nederland van nu, maar met de sensibiliteit van de ‘New Wave’. Mijn eigen ‘Het blinde volk’ probeert te beschrijven hoe wezens op de bodem van een diepe oceaan hun wereld beschouwen. Als je geen ogen hebt, hoe neem je dan je omgeving waar? Welke aannames en vooroordelen beïnvloeden zo’n vreemde maatschappij? Wat als een wetenschapper voorstelt te onderzoeken of er een andere wereld bestaat boven het water? Voor wie ook graag een dosis romantiek heeft in zijn of haar SF, verscheen recent ‘Magnetar’ van Mara van Ness. De huidige SF is ongelofelijk breed en de boeken van Quasis tonen die hele breedte. Je vindt er ongetwijfeld iets van je gading!


Johan Klein Haneveld

Deel dit artikel

X LinkedIn