Blog

Terugkijken of vooruitzien? Over oude en nieuwe SF

De kasten in tweedehands boekwinkels staan er nog steeds vol mee: de SF-pockets die vorige eeuw verschenen bij onder andere Bruna, Prisma en Meulenhoff. Elke zichzelf respecterende uitgeverij in Nederland had een eigen SF-reeks. Dat waren nog eens tijden! Deze boeken blijken nog steeds veel te worden gelezen. Als op Facebook een nieuwe SF-lezer zich voorstelt, blijkt dat die vooral de werken leest van Jack Vance of Arthur C. Clarke of Philip K. Dick.

Klassieke SF

Natuurlijk is er niets mis met het lezen en herlezen van de klassiekers. Om de ontwikkelingen in het genre te appreciëren moet je ook weten waar het vandaan komt. We staan op de schouders van reuzen. Maar de toekomsten die deze verhalen beschreven, behoren niet langer tot het terrein van de rationele speculatie. Ze zijn niet eens meer theoretisch mogelijk, maar zijn fantasie geworden. De wetenschap heeft nieuwe inzichten verkregen in onder andere de ontwikkeling van sterren, deeltjesfysica en evolutie. Techniek heeft sprongen gemaakt waar de SF-schrijvers van vroeger niet over konden dromen. Zelfs in het heden doen astronauten geen berekeningen op een rekenliniaal, zoals toekomstige ruimtevaarders dat in verhalen van Asimov nog doen. Toen ik in 1993 de film ‘Jurassic Park’ keek gaf die een idee van hoe dinosaurussen er konden hebben uitgezien volgens de wetenschap van die tijd - maar nu is het een nostalgische film over hoe we eind 20ste eeuw naar deze prehistorische dieren keken - Velociraptors zonder veren zijn tegenwoordig eigenlijk lachwekkend. Een van de kenmerken van SF-verhalen is dat ze draaien om een ‘novum’ - iets nieuws. Maar het ‘novum’ in deze boeken is in de meeste gevallen verouderd. Zou je niet juist SF-verhalen willen lezen gebaseerd op de huidige stand van zaken? Die de meest recente ontwikkelingen van biotechnologie, algoritmes en drones naar de toekomst doortrekken? Die sterren en planeten beschrijven in overeenkomst met de nieuwste wetenschappelijke inzichten? En die iets te zeggen hebben over de wereld van vandaag de dag?

Hedendaagse SF

Deskundigen op het gebied van de SF zeggen dat het in dit genre eigenlijk niet gaat over de toekomst, maar vooral over het heden - de wereld waarin de schrijvers van de verhalen leven. Ze waarschuwen voor maatschappelijke en politieke ontwikkelingen die ze zien plaatsvinden in hun heden, of juichen die juist toe. Sommige daarvan zijn universeel toepasselijk - ‘1984’ blijft nog altijd relevant. Andere ontwikkelingen zijn erg tijdgebonden. De koude oorlog vanaf de jaren ‘50, drugs en ‘free love’ uit de jaren ’60, de opkomst van Japan in de wereldeconomie in de jaren ’80. De verhalen die daarover gaan, wekken bij de lezer vooral een nostalgisch gevoel op, want ze gaan over de wereld waarin zij of hun ouders opgroeiden. SF die eerst vooruitstrevend was, is opeens reactionair geworden - want we kunnen niet terug naar de toekomstbeelden van vroeger. Over de wereld waar wij nu in leven en de uitdaging waar wij voor gestald staan, hebben deze verhalen verder meestal niets te zeggen. Doorgetrokken kapitalisme, de opkomst van ‘fake news’ en bubbels op social media, klimaatverandering en de biodiversiteitscrisis, hoe mensen hun gender en seksualiteit ervaren en waarom dat op tegenstand stuit - het is maar een greep van onderwerpen waarmee we als mensheid op dit moment worden geconfronteerd. Dit zijn de thema’s waar SF-schrijvers van nu verhalen over produceren. Soms zijn die romans ongemakkelijk, omdat je je eigen aannames en vooroordelen onder ogen moet zien. Soms zijn ze confronterend, omdat je in de toekomsten die ze beschrijven niet zou willen leven. Soms zijn ze hoopgevend, omdat ze laten zien dat zelfs vanuit de omstandigheden van nu mooie nieuwe initiatieven kunnen opbloeien (ik wilde hier eigenlijk het woord ‘shitzooi’ gebruiken …). Ze bieden geen escapisme, maar dat deden de verhalen van Clarke, Dick, Silverberg enzovoorts in hun tijd ook niet. Ze nodigen je aan je kop uit het zand te halen, zoals die verhalen dat destijds ook deden. Zou je niet boeken willen lezen die je aan het denken zetten, in plaats van je in slaap te sussen?

Ook wat de schrijfstijl betreft, heeft het SF-genre een ontwikkeling doorgemaakt. In de boeken en verhalen uit de ‘gouden eeuw’ van de SF is het taalgebruik eenvoudig, zijn de personages archetypes zonder individueel innerlijk leven en is de opbouw van het plot nogal ‘rechttoe rechtaan’. Hun kracht ligt in hun idee, niet in de manier waarop ze dat presenteren. De ‘new wave’ bracht het literaire experiment binnen in de SF: een ander taalgebruik, andere vormen en een nadruk op de psychologie van de hoofdpersonen. Tegenwoordig is het SF-genre volwassen geworden. Vlakke personages vind je niet langer, taal is niet langer alleen functioneel, maar wordt weloverwogen toegepast en de auteurs spelen met vorm en perspectief waar dat het verhaal ten goede komt. Diverser is het genre nooit geweest. Waarom als lezer blijven hangen bij vormen en perspectieven die je al kent? Zou je niet ook door de manier van vertellen verrast willen worden? Beschrijvingen tegenkomen die je raken door hun treffendheid, personages tegenkomen die je leert kennen als waren het je vrienden en vormen van verhalen die je anders laten kijken naar de gebeurtenissen? De huidige SF biedt al die mogelijkheden.

Dus gun jezelf op vaderdag een moderne SF-roman - of geef er een cadeau aan je vader. Kies voor een boek van John Scalzi, Ann Leckie, Adrian Tchaikovsky, Stephen Baxter, Sue Burke of Ken Liu. Of ga voor een Nederlandstalige auteur. Uitgeverij Quasis heeft in haar assortiment verrassende SF-boeken, geschreven in een vorm van deze tijd, gebaseerd op moderne wetenschap, die iets zeggen over onze huidige wereld en de maatschappij waarin we leven. Daartoe horen onder andere de reeks ‘De zwijgende aarde’ - boeken in ouderwets pocketformaat, maar qua inhoud modern, over een toekomst waarin binnen het zonnestelsel verschillende partijen tegenover elkaar zijn komen te staan. Het nieuwste deel, ‘Groenbaard’ van Joost Uitdehaag, gebruikt de nieuwste inzichten uit de speltheorie en de genetica om de achtergrond van dit soort geschillen te ontrafelen. Jasper Polane brengt met zijn ‘Zwartruimte’ en ‘Tussenruimte’ een complex SF-universum waarin tijdreizen gemeengoed zijn en alles geprogrammeerd kan worden, tot de menselijke persoonlijkheid toe. Meer literair zijn de maatschappijkritische verhalen van Marcel Ozymantra in ‘Schrödingers planeet’ - over het Nederland van nu, maar met de sensibiliteit van de ‘New Wave’. Mijn eigen ‘Het blinde volk’ probeert te beschrijven hoe wezens op de bodem van een diepe oceaan hun wereld beschouwen. Als je geen ogen hebt, hoe neem je dan je omgeving waar? Welke aannames en vooroordelen beïnvloeden zo’n vreemde maatschappij? Wat als een wetenschapper voorstelt te onderzoeken of er een andere wereld bestaat boven het water? Voor wie ook graag een dosis romantiek heeft in zijn of haar SF, verscheen recent ‘Magnetar’ van Mara van Ness. De huidige SF is ongelofelijk breed en de boeken van Quasis tonen die hele breedte. Je vindt er ongetwijfeld iets van je gading!


Johan Klein Haneveld

Deel dit artikel

X LinkedIn

Is representatie belangrijk in een verhaal?

Jasper vroeg aan mij of ik een kort stukje wilde schrijven over waarom ik representatie zo belangrijk vind – en dat is een onderwerp waar ik waarschijnlijk hele boeken over zou kunnen schrijven omdat de vraag ‘Is representatie belangrijk?’ met ‘ja, want …’ kan worden beantwoord, maar wat er achter die ‘want’ staat is op heel veel verschillende manieren aan te vullen.

Maar laat ik me beperken tot één antwoord en dat is het antwoord dat mij het dichtst aan het hart gaat.

Wat goede representatie met mijzelf doet.

In januari 2022 las ik een boek. Dat is op zich niet heel uitzonderlijk; ik ben altijd fanatiek lezer geweest, mijn TBR is gigantisch maar dat ligt niet aan mijn lage leestempo en eerder aan mijn hoge inkoopgraad. Ik werk tegenwoordig 70 boeken per jaar weg. Ik lees vlot en met heel veel plezier en waarschijnlijk lag het aantal boeken dat ik had gelezen tot dat moment in januari 2022 al ruim in de honderden.

Maar dit boek was anders. Dit boek was namelijk ‘Red, White & Royal Blue’ van Casey McQuiston, in het Nederlands vertaald naar ‘Rood, Wit en Koningsblauw’. Het is nog steeds één van mijn favoriete LHBTI+-boeken aller tijden. Het is geen sciencefiction of fantasy, maar eigenlijk een pure romance. De zoon van de Amerikaanse president, die toevallig Alex heet, wordt verliefd op één van de prinsen uit het Britse koningshuis genaamd Henry.

Waarom was dit boek zo uniek en zo anders dan die honderden andere boeken die ik daarvoor had gelezen? Vanwege een aantal zinnen rond de eerste derde van het boek. Aan het begin van het boek weet Alex nog niet dat hij verliefd is op Henry, maar dat verandert als Henry hem ineens zoent op een feestje. Op dat moment denkt hij eerst, dat slaat nergens op, ik val gewoon op vrouwen, ik ben hetero, voordat hij zichzelf op die gedachte betrapt en denkt, wacht even, hetero mensen zijn toch ook niet constant bezig met zichzelf ervan overtuigen dat ze hetero zijn? In verrassend korte tijd trekt Alex bij zichzelf de conclusie dat hij biseksueel is. En daarna gebeuren er nog een heleboel dingen die voor deze blog niet relevant zijn, maar ik wil me op dat moment focussen.

Exact die redenering heeft deze Alexander namelijk ook gehad op het moment dat hij 25 was, zij het met wat meer vertraging: oh wacht, ik heb op de middelbare school een jongen leuk gevonden en ik heb nu eindelijk door dat dat een volledige verliefdheid was. Ben ik homo? Nee, dat kan niet, ik vind vrouwen ook aantrekkelijk. Oh wacht, ik ben biseksueel. Bijna vijf jaar later (ik was op het moment van het lezen van dit boek twee maanden weg van de vreselijke 30) kwam ik exact diezelfde redenering tegen in dit boek.

Wat het met mij deed was. ik ben niet de enige die dit doormaakt. Voor het eerst kwam ik een boek tegen dat tegen mij zei: je bent niet de enige. Het feit dat je biseksueel bent mag, anderen zijn dat ook. En als ik eerder dat besef had gehad, bijvoorbeeld op de middelbare school, dan was ik een hoop pijn bespaard gebleven. Want op de middelbare school had ik echt wel van het woord ‘biseksueel’ gehoord, maar dit was de eerste keer dat ik het in een boek had gevoeld.

Inclusief schrijven

Ik heb niks te klagen, ik ben inmiddels hartstikke gelukkig getrouwd met een fantastische man. Maar als je momenten zoals het besef dat je biseksueel bent verwerkt in een boek, wordt het normaler. Dan kan erover gesproken worden en worden mensen die biseksueel zijn niet meer zo vreemd of moeilijk grijpbaar. Én dan worden mensen die zelf biseksueel zijn een stuk pijn bespaard, want zij beseffen dan ook: wij zijn gewoon normaal, er is niets mis met ons. ‘Biseksueel’ is mijn ervaring, maar je kan dat woord in de voorgaande zin vervangen door welke ‘afwijkende’ identiteit dan ook – dan schrijf je inclusief. Dat kan je op twee manieren doen: je kan een verhaal te schrijven waar zo’n ‘afwijkende’ identiteit centraal staat, zoals in ‘Red, White & Royal Blue’ – of, iets dichter bij huis, in de ‘Onzichtbare Maalstroom’-reeks van Jasper Polane, of in ‘Corruption’, van mijn eigen hand. Maar het kan ook subtieler, door bijkarakters soms zo’n afwijkende identiteit te laten hebben, zoals Roxanne Borgman doet in ‘Levenslang in de Toren’, of Pam Hage in ‘Sterrenduister’.

Als ik zelf over andere identiteiten schrijf en ze staan centraal ben ik altijd voorzichtig om óf over mijn eigen identiteit te schrijven óf, als dat niet het geval is, mensen te raadplegen die die identiteit wel hebben. Er heeft best wat research gezeten in het schrijven van ‘Corruption’. En ook in ‘Corruption’ zal je vinden dat er een hoop bijkarakters queer zijn zonder dat het echt het plot beïnvloedt, want mensen die in het echt queer zijn, doen dat ook niet ter functie van het plot.

Zo kan je een hoop mensen het gevoel geven van ‘ik hoor er ook bij’, ‘ik ben niet vreemd, ik mag zijn wie ik ben’, ‘ik ben niet normaal, ik ben niet de vijand’. En zo’n moment, dat gun je toch iedereen?

Alexander Verbeek - van den Toren

Schrijver


Deel dit artikel

X LinkedIn

Alles voor de boekenhobby’s

 Ik heb wel eens gehoord dat het kopen van boeken een andere hobby is dan het lezen van boeken. Als dat zo is, heb ik er dus nog een hobby bij, want niet alleen hou ik ervan om met mijn neus in een boek te zitten, zo in de greep van het verhaal dat ik de rest van de wereld en zelfs mijn telefoon even vergeet, ik hou er ook van boekwinkels binnen te lopen en in de schappen te speuren naar mooie titels. In de Waterstones en American Book Centre in Amsterdam staan kasten vol boeken in de genres waar ik van hou: SF, fantasy en horror. Maar het hoeven geen nieuwe boeken te zijn — tweedehands boekwinkels verlaat ik ook niet zonder alle SF-pockets te hebben bekeken (en er vaak een of twee gekocht te hebben). Helaas vind je in de boekwinkels weinig SF- of fantasyboeken van Nederlandstalige auteurs. Om die te kopen moet je het internet op en shoppen bij online boekwinkels of bij de gespecialiseerde uitgevers zelf. De meeste uitgevers hebben een website met een eigen webshop — zo vind je de winkel van Quasis op quasis.nl. Wil je graag de Nederlandstalige auteurs steunen, dan kun je hun boeken het best bestellen bij de schrijver of de uitgever.

Festivals en beurzen

Online winkelen geeft helaas niet hetzelfde gevoel als struinen door een boekwinkel. Wil je dat wel en toch Nederlandstalige boeken vinden, kun je eens een fantasyfestival bezoeken. Op Elfia of Castlefest zijn de meeste uitgevers van Nederlandstalige SF en fantasy vertegenwoordigd. Vaak staan ze met hun kramen ook nog eens dicht bij elkaar, zodat je niet lang naar de boeken hoeft te zoeken. Mooi is ook nog eens dat de schrijvers vaak ook in de kraam te vinden zijn en dus kun je een boek kopen met de handtekening van de schrijver erin. Wil je weten welke festivals er zijn en welke uitgeverijen en schrijvers je er kunt vinden? Kijk dan eens op fantasywereld.nl bij het evenementenoverzicht. Op de site van het festival zelf zie je meestal ook een overzicht. Voor de festivals moet je echter een flinke toegangsprijs betalen. Er gebeurt hier namelijk nog meer dan alleen boekenverkoop, vaak spelen er bands, zijn er demonstraties en is iedereen mooi verkleed. Een heel festijn. Het betekent wel dat je minder geld overhoudt voor boeken. Wil je qua aantal gekochte pagina’s alles uit je budget halen wat erin zit, dan kun je beter naar een echte boekenbeurs. Er zijn meerdere beurzen, speciaal voor SF, fantasy en horror, waar je ook de uitgevers van Nederlandstalige boeken vindt en ook de schrijvers. Op deze beurzen is er vaak ook een programma van workshops en lezingen, dus je kunt er gerust een hele dag doorbrengen. ’Fantastic Reads and where to find them’ vindt plaats op 7 november 2026 in de LocHal in Tilburg en is de grootste. De toegang is gratis. De meest gezellige, wat mij betreft, is ‘Fantasticon-VIII’ op 5 september 2026 in Nieuw-Vennep - een gezellige markt, een leuk programma en volop mooie gesprekken. Uitgeverij Quasis is hier ook elk jaar bij. En ook hier is de toegang gratis, je betaalt er alleen voor de koffie of het biertje aan de bar.


Bladeren, ook online

Schrijvers vinden het erg leuk om met lezers te praten, dus aarzel niet ze aan te spreken als je een van deze evenementen bezoekt. Wees er wel op voorbereid dat ze zullen proberen hun boeken aan de man te brengen - dat is natuurlijk waarvoor ze achter de kraam staan. De schrijver is natuurlijk de beste om je alles over het boek te vertellen: waar gaat het over? In wat voor wereld speelt het verhaal zich af? Op welke andere boeken lijkt het misschien een beetje? Maar pas op voor het ‘Wij van WC-eend’-effect: natuurlijk vinden auteurs hun eigen boek het beste dat er op de markt of de beurs te krijgen is. Maar als lezer wil je misschien niet alleen op hun licht bevooroordeelde mening afgaan. Het is daarom altijd slim om het boek door te bladeren en een stukje te lezen, zodat je kunt zien of de schrijfstijl je aanspreekt. Er liggen altijd hele stapels met boeken en als er niet op een een sticker zit met ‘inkijkexemplaar’ erop, kun je altijd vragen of je even in een exemplaar kunt kijken. In boeken kijken kan trouwens ook online. Op de websites van de uitgevers kun je vaak de eerste pagina’s van het boek alvast lezen, in elk geval op de site van Quasis: quasis.nl. Daar vind je bij elk boek een PDF met de eerste pagina’s. Ook hier dreigt echter gevaar: voor je het weet zit je midden in het verhaal en wil je weten hoe het verder gaat. Dan kun je niets anders, dan op ‘bestellen’ drukken.

Recensies en boekenclubs

De meeste lezers blijken bij het kiezen van boeken af te gaan op de coverafbeelding, gevolgd door de flaptekst. Als de omslag mooi is en de beschrijving achterop ze aanspreekt, lezen ze nog een stukje en dat overtuigt ze (of niet). Je kunt ook recensies lezen van boeken om te kijken of een boek je wel of niet aanspreekt. Op FandataGoodreads en Hebban vind je bijna alle Nederlandstalige SF- en fantasyboeken wel terug en daar staan ook vaak recensies van lezers. Maar er zijn ook sites gespecialiseerd in het bespreken van SF- en fantasyboeken, denk bijvoorbeeld aan fantasywereld.nl. Een team van recensenten neemt boeken onder de loep. Daarnaast zijn er tijdschriften die recensies publiceren, zoals het kwartaalblad ‘Fantastische Vertellingen. Daarin vind je bovendien verhalen en essays. Maar je kunt ook online kijken in boekengroepen. Een hele leuke groep, speciaal voor SF- en fantasyliefhebbers, is de Science Fiction & Fantasy Boekenclub op Facebook. Niet alleen heeft de groep een eigen team van recensenten dat boeken bespreekt, exclusief voor deze groep, elke maand is er een boekenclub waarin leden gezamenlijk een boek lezen en bespreken, er zijn discussies over het maandthema, Nederlandstalige auteurs stellen op vrijdag (de vaste zelfpromotiedag voor auteurs) hun boeken voor en elke week op woensdag deelt iedereen wat die op dat moment leest. Twijfel je eraan of een boek wat voor jou zou zijn, hoef je het maar in de groep te vragen of je krijgt een hele reeks meningen. Heel wat lezers ontdekten pas dat er in Nederland en Vlaanderen auteurs zijn van SF en fantasy toen ze lid werden van de Science Fiction & Fantasy Boekenclub. Regelmatig zijn er winacties waarbij auteurs boeken laten verloten onder leden van de club.


Alles voor je hobby’s

Je merkt het wel, de Nederlandstalige SF- en fantasy hebben alles in huis voor je hobby, ook als dat naast het lezen van boeken het kopen van boeken is.


Johan Klein Haneveld

SF- schrijver

Deel dit artikel

X LinkedIn

Een decor van angsten

Ik herinner me nog het eerste horrorverhaal dat ik schreef. Ik moet 11 of 12 zijn geweest en ik was geïnspireerd geraakt door de diverse films die ik stiekem samen met mijn oudere zussen keek. Films zoals The Exorcist, The Evil Dead of Poltergeist. Terugkijkend, met de normen en waarden van nu, is het de vraag wat mijn zussen en in mindere mate mijn moeder bezielden om me dit soort films te laten zien. Maar dit waren andere tijden. De jaren tachtig werden gekenmerkt door minder beknellende opvoedingstechnieken voor tieners dan nu. (Misschien nog als gevolg van de ‘wilde’ jaren zeventig.) Ik denk dat ik voor mijn generatie spreek als ik stel dat onze opvoedingen in het algemeen minder terughoudend en beschermend was.

Hoe het ook zij, ik werd door middel van films en stripboeken op een jonge leeftijd al geconfronteerd met het genre ‘horror’. Ik was twaalf toen ik Dodenwake (Pet Sematary) van Stephen King las. Deze huzarensalade van indrukken liet bij mij iets achter. Een drang om al die invloeden samen te verenigen en iets te creëren wat echt ‘van mij’ was. Deze drang is nooit echt weggegaan. Sterker nog, ik denk dat alle schrijvers deze drijfveer gemeenschappelijk hebben. We willen iets nieuws maken. De grenzen verleggen. En iets maken wat daarvoor nog niet bestond.

Bij het genre ‘horror’ draait de kern om angst. 

Natuurlijk wist ik dat op mijn elfde of twaalfde nog niet. Ik zoog de geraamten en skeletten van de verhalen die ik zag en las als een spons op, zonder ze te analyseren, en goot ze in wat ik toen dacht dat een nieuw harnas was. Ik herinner me zelfs de titel van het negen pagina’s tellende verhaal – ‘Het lijk’ – en het concept waarop het verhaal was gebouwd. Het ging om vijf jongeren die zich voor een weddenschap in een mortuarium lieten opsluiten, samen met een lijk. Een lichaam, zo zouden de tieners ontdekken, dat misschien niet helemaal dood was.

Dat dit niet goed afliep, spreekt voor zich.Het verhaal was uiteraard vrij gekunsteld, met ingrepen die ik nu nooit meer zou gebruiken, maar ik herinner me het enthousiasme toen ik het verhaal schreef of de blikken van de handvol mensen die ik het verhaal liet lezen. Ik zag dat ze oprecht onder de indruk waren omdat niemand – of het nu mijn zusters, mijn beste vriend, mijn moeder of de docent Nederlands was – zo’n verhaal van een elf- of twaalfjarige had verwacht. Toen speelde ik onbewust met de kenmerken van angsten. Iets wat ik later meer gericht en bewust zou doen. Van alle genres in de verbeeldingsliteratuur spelen angsten voornamelijk in horror een centrale rol. Het is wat het genre zo specifiek maakt. Waar fantasy meer over het goed en kwaad gaat in de brede zin, sciencefiction over de wisselwerking tussen (harde) wetenschap, filosofie, verbeelding en menselijkheid, gaat het bij horror om angst. Er zijn uiteraard overlappingen en schemergebieden, maar als je alle verhalen van hun kleur, franje en opmaak ontdoet, zou je deze classificaties kunnen gebruiken. Het is misschien om deze reden, omdat het zo diep menselijk is, dat horror van alle genres in de verbeeldingsliteratuur het meest tegen het literaire aanschurkt. Horror vergt een vorm van introspectie, die de kaders in ieder verhaal vormen, of dit nu direct, indirect of symbolisch is. Het is de bloed in de machine. Dit kunnen existentiële angsten zijn, zoals de angst voor onze sterfelijkheid, in mijn optiek fantastisch beschreven in het boek Dodenwake van Stephen King. Het kan de angst voor het onbekende zijn, veelal uitgebeeld in het werk van H.P. Lovecraft met de diverse monsters. Of onze angst in het proces van het sterven zelf. Denk hierbij aan het idee van ‘schijndood’ en ‘levend begraven worden’, dat terugkomt in meerdere werken van Poe. We kennen allemaal deze angsten en in goede horror worden we juist met deze angsten, expliciet of impliciet, geconfronteerd.

Een goed horrorverhaal moet je het gevoel geven dat je door een giftige slang bent gebeten en half verlamd tijdens het lezen achterblijft.Maar we kennen naast het existentiële ook andere vormen van angsten. Angsten die voortkomen uit sociale en culturele omstandigheden en daardoor meer aan tijd en plaats gebonden zijn. Denk aan de clown die ons verlies van onschuld vertegenwoordigd in het boek Het (It). De angst om in een groot collectief te worden opgenomen en je controle over je leven te verliezen, zoals uitgebeeld in veel zombieverhalen. (Een thema die ik overigens ook in mijn boek Toevluchtsoord heb aangekaart). De angst voor seksualiteit zoals verbeeld in Bram Stokers Dracula. (In mijn boek Vergruisde stemmen dat over de kwetsbaarheid van intimiteit gaat kom ik veelvuldig op deze victoriaanse angst terug.) Of het gewicht van collectieve verantwoordelijkheid, zoals deze door Thomas Olde Heuvelt in Hex is beschreven.

Het diepste innerlijk van de mens

Al deze verhalen vallen terug op het meest kwetsbare, het diepste innerlijk van de mens, het deel dat we zelden aan anderen of de wereld laten zien. In die zin is ieder horrorverhaal een intieme vertelling waarin de schrijver door middel van metaforen, beelden, personages en symbolen, een verbinding met de meeste basale angsten van de lezer probeert te leggen en deze bespeelt.Bij ieder boek en ieder verhaal moet de lezer de confrontatie met zichzelf durven aan te gaan en een deur in zichzelf durven open te zetten, waar aan de andere kant een schrijver met scherpe pen en rode ogen wacht. Denk hieraan bij het volgende boek dat je leest of de volgende film die je kijkt. Vraag je af welke angsten naar voren worden gebracht en waarom die angsten specifiek voor jou een rol lijken te spelen. Ik denk achteraf dat het voor mij allemaal met die vijf tieners begon die zich lieten opsluiten in het mortuarium. Maar toen ik het genre beter ging begrijpen is mijn focus veranderd; ik richt me niet langer op de personages maar voornamelijk op de lezers. Hen wil ik nu in een kale en witte ruimte achterlaten, de sleutel weggooien en lachen, keihard lachen, omdat ik als enige weet dat achter hen een enkel lijk nog leeft. Ze zien hem niet, maar kunnen hem horen. Terwijl hij langzaam met reikende handen dichterbij komt. En op het moment dat ze de nagels in hun nek voelen, verfrommel ik het papier, sluit alle ingangen en gooi het verhaal weg. Daar, en alleen daar, wil ik jou, mijn beste lezer, achterlaten. Alleen met je eigen angsten en een koude hand om je nek …


Anthonie Holslag

Auteur


Deel dit artikel

X LinkedIn

Een buffet van verhalen

Als liefhebber van speculatieve literatuur kun je niet om korte verhalen heen. De term ‘speculatief’ suggereert namelijk al dat het in deze vorm van literatuur gaat om de verkenning van ideeën, wat soms wordt aangeduid door de vraag: ‘Wat als … ?’ Het korte verhaal is de meest efficiënte vorm om een idee voor te stellen en de consequenties ervan te verkennen – zonder afleidende poespas. Wie zoekt naar een sense of wonder krijgt daarvan de meest geconcentreerde dosis in de vorm van korte verhalen. Auteurs kunnen zich hierin helemaal laten gaan en experimenteren met genre, vorm, perspectief en proza. Iets nieuws uitproberen en risico’s nemen is immers makkelijker als het maar om een paar duizend woorden gaat, dan als het een boek van vijfhonderd pagina’s moet zijn.

Als lezer kan ik genieten van een kort verhaal geschreven in de vorm van de voetnoten bij een artikel, of als de informatieteksten bij een tentoonstelling, maar om een hele roman te lezen in de vorm van de tweets van de hoofdpersoon lijkt me wel wat vermoeiend. Korte verhalen maken het ook mogelijk snel kennis te maken met verschillende auteurs – je hoeft niet eerst een heel boek van ze te lezen maar ontdekt meteen wat hun stijl is en met welke onderwerpen ze zich bezighouden. Sommige lezers lijken geen interesse te hebben in korte verhalen, maar volgens mij lopen ze daardoor heel veel mis. Net als langer werk bevatten korte verhalen ook hoofdpersonen met wie je kunt meeleven, maar je maakt ze maar even mee. Ze bevatten ook werelden om te verkennen, maar je focust op één aspect ervan. Ze zijn ook spannend, maar de opbouw is niet zo lang. Vooral zijn ze afwisselend. Een roman is alsof je een groot gerecht bestelt in een restaurant. Hopelijk bevat het meerdere smaken en texturen, die elkaar aanvullen, maar het vormt uiteindelijk één geheel. Een kort verhaal is een hapje – op zichzelf misschien niet genoeg om je honger te vervullen, maar het kan wel verrassen met een unieke smaak, een bijzondere combinatie van texturen of een exclusief ingrediënt. Vaak smaakt het ook naar meer. Serveer je meerdere hapjes bij elkaar, dan heb je iets als tapas of een buffet. Allerlei ervaringen tijdens één maaltijd. En zit er iets tussen dat je niet lekker vindt? Dan hoeft dat niet het hele diner een mislukking te maken. Want tussen al die gerechten zit ook vast genoeg dat je wel kunt waarderen.

Wie zich verdiept in de geschiedenis van het fantastische genre kan niet om de korte verhalen heen. In de negentiende eeuw verschenen al talloze spookverhalen en gothic stories – die de basis vormen voor de horrorliteratuur. Voor de Tweede Wereldoorlog werden tal van tijdschriften gedrukt op goedkoop papier (‘pulp’). In deze periode ontstond de SF, die zich ontwikkelde van avonturen in de ruimte tot exploratie van gedachte-experimenten. Maar tegelijk debuteerde Lovecraft met zijn verhalen in het pulptijdschrift Weird Tales. Robert E. Howard schreef over de barbaar Conan en zijn verhalen legden de basis voor wat later het Sword & Sorcery-genre zou worden.

Ook Nederlandse SF-, fantasy- en horrorschrijvers hebben zich altijd al beziggehouden met korte verhalen. De Ganymedes-jaarbundel verscheen voor het eerst in 1976 en er is een rijke geschiedenis van genretijdschriften in ons taalgebied, waarvan sommige maar een paar keer uitkwamen. Nu nog verschijnen er Nederlandse korte verhalen in Fantastische Vertellingen, HSF, SF Terra, Grim en WonderWaan. Daarnaast verschijnen er elk jaar nog steeds Ganymedes en daarnaast EdgeZero en door redacteurs samengestelde bundels bij Uitgeverij Macc en Poespa. Verhalenwedstrijden zijn er ook in ons taalgebied. De bekendste zijn de Harland Awards, een wedstrijd die al sinds 1976 wordt georganiseerd. Dit jaar mocht ik aan de eindjury deelnemen. Ik kwam bij het lezen een paar pareltjes tegen! Natuurlijk zaten er ook verhalen bij die me minder aanspraken en uit sommige inzendingen bleek dat de schrijvers zelf niet veel korte verhalen hadden gelezen - ze gebruikten bijvoorbeeld hoofdstuktitels in hun verhaal. Nog een reden om ook als schrijver veel korte verhalen te lezen, wat mij betreft! Je kunt je bijvoorbeeld wagen aan de verhalenbundels van individuele schrijvers. Quasis publiceerde van Marcel Ozymantra de bundel Schrödingers planeet met kleurrijke verhalen die spelen met vorm en taal, waarbij vaak een gevoel van vervreemding wordt opgewekt. Tussendoor komt de lezer ook nog enige maatschappijkritiek tegen. Jasper Polane publiceerde de bundel Tussenruimte met verhalen die zich afspelen in de rijke verhaalwereld van de roman Zwartruimte – vol steengoede ideeën en met tijdreisverhalen die de lezer meenemen naar relatief onbekende, maar goed weergegeven periodes in de wereldgeschiedenis. Zijn personages zijn ook sterk neergezet. Uitgeverij Quasis bracht ook enkele mini-bundels uit van auteur Eiso Post als deel van de Splinters-reeks. Sowieso zijn de Splinters aan te bevelen – korte verhalen in boekjes van zakformaat, zodat de auteur kennis kan maken met het werk van verschillende auteurs. Wat mij betreft heel erg de moeite waard zijn het geweldige Breekbaar van Debby Willems en het beklemmende L.O.O.P. van Anthonie Holslag.

Johan Klein Haneveld

SF-Schrijver


Deel dit artikel

X LinkedIn

De Zwijgende Aarde

2303. De aarde regeert over de koloniën in het zonnestelsel. Politieke onrust groeit. Een opstand dreigt. Maar dan… valt de aarde stil.

'De Zwijgende Aarde' is een reeks sciencefictionromans die elk door een andere auteur is geschreven, maar die zich in hetzelfde universum afspelen. Elk boek is los te lezen, maar als je ze allemaal leest krijg je een breder beeld van de gebeurtenissen.

En nu ... GROENBAARD is er!

Dit spannende nieuwe deel van Groenbaard, geschreven door Joost Uitdehaag, zal het Universum van de serie voorgoed veranderen!

Wacht niet lang met lezen want ook dit jaar komt er weer een nieuw deel uit. NUMMER 9!!

Covers illustraties die gemaakt zijn door Loek Weijts.


Deel dit artikel

X LinkedIn

Het toevluchtsoord

De psychologische thriller Toevluchtsoord van Anthonie Holslag gaat over een groep vrienden die vast komt te zitten in een blokhut, omdat buiten een soort van virusuitbraak woedt. Het is een verhaal over isolement en quarantaine, en welk effect dit op mensen heeft. Uiterst actueel dus. Anthonie schreef er deze column over.

Toen ik mijn boek Toevluchtsoord schreef in 2016, kon ik niet bevroeden dat we ooit in een pandemie zouden terechtkomen en dezelfde claustrofobische (en existentiële) angst zouden ervaren, als de personages in mijn boek doen. Natuurlijk zijn zaken in mijn boek uitvergroot, is de plaag die daar wordt beschreven fictief, en heeft die een andere achtergrond en ontstaansgeschiedenis. Maar toch … al heeft corona niet dezelfde kenmerken als de ziekte die ik in mijn boek beschrijf, corona is misschien zelfs enger: omdat het zo sluipend is, zo onzichtbaar. Een sluipmoordenaar die als een schaduw tussen ons voortbeweegt.

En we dienen de kracht van deze schaduw niet te onderschatten. Toen mijn moeder overleed op 16 januari jl., aan een longontsteking (dit was voor de corona-uitbraak), heb ik persoonlijk gezien hoe afschuwelijk een longontsteking kan zijn. Hoe het de ogen in de kassen doet rollen, hoe de persoon die vecht voor zijn/haar leven, hoe iedere ademstocht een worsteling is in longen die steeds meer door vocht worden gevuld. Het was afschuwelijk om te aanschouwen. Het was afschuwelijk om zó machteloos te zijn.

We zeggen het niet hardop: maar sterven aan een longontsteking is letterlijk verdrinken op het droge. Omdat dit voor de coronapandemie was, hadden we gelukkig de kans om bij haar te zijn, haar te aaien, te troosten. Haar te laten weten dat we er waren.

Ik weet niet of ze ons zag. Ik weet niet of ze mij of mijn zuster zag. Ik weet niet of ze ons hoorde. Ik weet alleen dat we daar waren, tot aan het laatste moment.

Terwijl ik dit schrijf, rollen de tranen opnieuw over mijn wangen. Kunst imiteert het leven. Symboliseert het leven. Vooral in het genre waar ik in schrijf (horror, griezel, psychologische thrillers – geef het een naam) dienen we de grauwe werkelijkheid weer te geven en de zwarte angst, stroperig en plakkend,  onder ogen te zien. Veel verhalen zijn analogen, spiegels van de wereld om ons heen en nog belangrijker: een spiegel voor ons zelf. Het toont het conflict binnen in ons aan en hoe deze interne strijd vervolgens tot uiting komt in het openbare leven. Als horrorschrijvers moeten we dit niet schuwen. We moeten zaken niet mooier maken dan ze zijn. Sterker nog, juist in dit genre is het aan ons om onze donkere zijde te tonen, die altijd aanwezig is, pal onder de oppervlakte van wat we ’beschaving’ noemen. Kunst imiteert niet alleen het leven, soms imiteert het leven ook de kunst. Dit komt niet omdat schrijvers een vooruitziende gave hebben, maar omdat de donkere kanten die we in ons werk beschrijven voortkomt uit die interne strijd. Een strijd die meer weg heeft van een orkaan en die dezelfde verwoesting achter zich laat.

Hoewel mijn boek aan de oppervlakte verschilt met de huidige crisis waarin we leven, zijn er tevens overlappingen en overeenkomsten. In

Toevluchtsoord

wilde ik een verhaal vertellen over vrienden die door plotselinge en afschuwelijke omstandigheden vast komen te zitten in een hut, afgelegen in de bergen (in Upstate New York) en waarin ze het gevaar op zich voelen afkomen, maar niet weten wat het exact is. De hut vormt een soort toevluchtsoord waarin mijn personages ieder jaar opnieuw naar vluchten om het dagelijkse rompslomp te vergeten, maar die door de crisis, nu ook een écht toevluchtsoord is geworden door het gevaar dat met ieder uur of zelfs in minuten op hun afkomt.

Dat is eigenlijk de eerste en de meest directe verwijzing naar de titel van het boek. Het heeft echter ook een psychologische verwijzing. De hut is de plek waarin ze de belangrijkste jaren van hun leven – het moment waarin je beslissingen begint te nemen die jouw leven en het verloop van je leven zullen bepalen – herbeleven en waarin alle keuzes nog open staan. Dit is uiteraard slechts een illusie. We kunnen genomen keuzes niet meer omdraaien. (Zoals de personages ook steeds meer ontdekken en elkaar tijdens de crisis met andere ogen gaan bekijken dan ze altijd hebben gedaan.) En het besef van deze existentiële duisternis wordt symbolisch weergegeven door het onbekende dat op hun afkomt.

Het toevluchtsoord, en de wens om daarnaar terug te keren, is eigenlijk geen toevluchtsoord. Het is een gevangenis, waarin het leven stil staat.

Hetgeen, en ik wil niets verklappen, dat op hun afstormt (letterlijk) volgt bijna dezelfde principes als een virus. Het gevaar dat ze moeten trotseren werkt op een basaal niveau. Het is gericht op overleven, reproduceren via gastheren en zichzelf verdedigen – zoals virussen doen. Virussen zijn parasiterende micro organismen. Veelal kleiner dan een bacterie. Voor de mensen in de hut symboliseert het ook de dood. 

Symbolisch zou je kunnen stellen dat het kwaadaardige in mijn boek, dat de wereld plotseling in zijn grip heeft, een grauwe werkelijkheid is, die door zelf-gegenereerde illusies breekt en ons kwetsbaarheden aantoont. Het is een indringer van buitenaf die de personages confronteert dat het leven een duistere en grauwe kant heeft en dat je deze kant van het leven, hoe vaak je ook vlucht, niet kan ontlopen.

Corona maakt dezelfde existentiële angsten in ons los, dezelfde onzekerheid en breekt door de valse voorwendsels van zekerheid – die we altijd vanzelfsprekend nemen – door, slaat het kapot, en toont ons aan hoe fragiel en kwetsbaar we daadwerkelijk zijn.

Onze toevluchtsoorden zijn onze huiskamers en slaapkamers geworden, waarin we achter gesloten deur en ramen de wereld buiten proberen te houden. Tegelijkertijd weten we dat dit een onmogelijke opgave is. Op een dag zal het aan je deur kloppen, zal het zichzelf uitnodigen en als jij je verzet zal het bonkend tegen de muren naar binnen willen vechten.

Het is onvermijdelijk.  Ik hoor de voetstappen. En ze komen naderbij.

Anthonie Holslag

Toevluchtsoord is te bestellen op https://www.quasis.nl/toevluchtsoord/

Alle royalty's in de maanden mei, juni en juli worden gedoneerd aan de campagne Samen stoppen we het coronavirus! van het Radboud Fonds ten behoeve van onderzoek naar het coronavirus in het Radboudumc. Kijk voor meer informatie of om zelf een donatie te doen op

https://corona.voorradboudfonds.nl/actie/uitgeverij-quasis

Deel dit artikel

X LinkedIn

Quasis vierde een feestje!

Zondagmiddag was het druk in de Old School in Leiden, want Quasis vierde een 5-jarig jubileumfeestje. Een kort verslag.

We begonnen met een terugblik. Aan de hand van foto’s namen we het publiek mee naar het verleden van Quasis. Van de crowdfunding voor de financiering van Lege steden, tot de uitgave van De Zwijgende Aarde. Wat hebben we in die 5 jaar veel gedaan en beleefd!

Daarna was het de beurt aan boekblogger Nakita Veltman. Zij begon haar blog ook vijf jaar geleden en heeft in die tijd veel mooie recensies over onze boeken geschreven. Nakita interviewde Jasper over Quasis en het uitgeverschap, maar ook over zijn eigen boeken.


Het gebeurt niet vaak dat je een boekpresentatie houdt van een hele serie tegelijk. De auteurs van De Zwijgende Aarde vertelden over hun boeken en lazen voor. v.l.n.r. Jasper Polane (Roest), Django Mathijsen (Tweeleed), Johan Klein Haneveld (IJsbrekers), Mara van Ness (Titanium) (met L.E.I.A.) en Anaïd Haen (Tweeleed). Auteur Jorrit de Klerk (Revolte) was helaas verhinderd.


Tot slot vertelde Wintercode-auteur Pen Stewart over de promotie-activiteiten die zij in België voor Wintercode en andere Quasisboeken onderneemt.

De middag was een mooie afsluiting van de afgelopen vijf jaar. Volgend jaar wordt ook mooi, met nieuwe boeken van Likaiar, Anthonie Holslag en Pen Stewart.

De toekomst ziet er rooskleurig uit!

Deel dit artikel

X LinkedIn